Dit persbericht verscheen op 14 maart 2017.

Volgend jaar wordt het Belgische Fonds voor Voedselzekerheid opgeheven. Bedoeling van de minister van Ontwikkelingssamenwerking De Croo is om de werking en middelen te integreren in de globale ontwikkelingssamenwerking. Mits een resolutie waken Kamerleden Ine Somers (Open Vld) en Anne Dedry (Groen) erover dat deze overgang vlot verloopt en dat landbouw en voedselzekerheid bovenaan de Belgische ontwikkelingsagenda blijven staan. De commissie Volksgezondheid nam deze resolutie voormiddag aan.

In 2010 werd het Fonds voor Voedselzekerheid opgericht als opvolger van het Belgisch Overlevingsfonds. “De doelstelling van het fonds is om de voedselzekerheid in Sub-Sahara Afrika te stimuleren, onder meer op vlak van beschikbaarheid, toegang en gezondheid. Zowel de federale overheid als de Nationale Loterij spijzen het fonds, dat geroemd wordt om zijn aanpak waarbij alle actoren op het terrein worden betrokken”, weet Ine Somers.

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo wil dit fonds opheffen om het beleid inzake voedselzekerheid beter te kunnen integreren in de globale ontwikkelingssamenwerking van ons land. Hij geeft hiermee uitvoering aan een aanbeveling van de OESO, die pleit voor een meer geïntegreerde aanpak in plaats van versplintering. Minister De Croo drukt er op dat de thema’s landbouw en voedselzekerheid bovenaan de agenda zullen blijven staan. Ook de multi-actorenaanpak van het fonds zal behouden blijven.

Om de inkanteling van het fonds in goede banen te leiden, werkten Ine Somers en haar Groen-collega Anne Dedry een parlementaire resolutie uit. Dedry is voorzitter van de parlementaire werkgroep van het Fonds voor Voedselzekerheid. Rita Bellens (N-VA), Katrin Jaddin (MR) en Els Van Hoof (CD&V) tekenen mee.

In hun resolutie vragen de Kamerleden alle wetten in verband met het fonds te schrappen, nadat het fonds zelf binnen het jaar wordt opgeheven.

Dedry: “Ik blijf betreuren dat het fonds wordt opgeheven. Maar de beleidsdoelstellingen van het fonds inzake voedselzekerheid, net zoals de multi-actorenaanpak, worden wel verankerd binnen het geïntegreerde ontwikkelingsbeleid. In onze resolutie stellen we duidelijk dat het ambitieniveau van het fonds niet naar beneden mag worden bijgesteld en dat 15% van het totale budget voor ontwikkelingssamenwerking moet georiënteerd worden naar landbouw en voedselzekerheid.”

De lopende landenprogramma’s van het fonds worden verdergezet en afgewerkt. Het gaat om projecten in Mali, Burundi, Mozambique, Benin en Tanzania. “Tot slot vragen we om in 2018 een evaluatie van de inkanteling van het fonds te maken. Er moet daarna gerapporteerd worden aan het parlement, dat nauw zal toezien op de voortgang van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen”, aldus Somers.