Celia Ledoux is columniste en auteur van onder andere Mama en Slaap je al door? 
Op 14 april schreef ze een column over borstvoeding de in De Morgen.

Borstvoeding in Vlaanderen is wat problematisch. We mankeren, wellicht door heel vroege industrialisering, een borstvoedingscultuur. Onze borstvoedingscijfers zijn op Europees vlak nog steeds abominabel. Denemarken: 98 procent, Noorwegen 99 procent, Nederland 83 procent. In België beginnen we met 77 procent, om na zes maanden op 8,7 procent te stranden.

Jonge moeders willen wel voeden, maar in gezelschap “wordt dat niet gedaan”. Onze moeders, grootmoeders deden het ook niet – toen was borstvoeding helemaal not done. Er bestaan horecastickers die aangeven waar borstvoedende moeders welkom zijn. Goedbedoeld én de omgekeerde wereld. Hoor je op andere plekken niet thuis? Als borstvoeding gegeven, maar nooit gehoord of gezien moet worden, moet je je leven er gedeeltelijk voor stilleggen, worden moeders de kritiek moe en kom je niet aan betere cijfers.

Zo’n jaar geleden schreef ik een opinie over borstvoeding. Niet over voors of tegens, gewoon dat het moet kunnen. Wereldwijd worden vrouwen nog onprettig behandeld, soms opgepakt – zoals in Argentinië vorig jaar – omdat ze hun baby voeden of melk kolven op een publieke plek. In België loopt het zelden zo’n vaart. Je wordt soms met de nek aangekeken, gevraagd ‘dat’ elders te doen, maar de politie wordt zelden gebeld.

Eeuwenlang vanzelfsprekend

Onze wet zegt dat je je baby moet verzorgen, maar benoemt niet expliciet het recht op borstvoeding of kolven. Daardoor durven vrouwen niet te voeden, blijft de notie bestaan dat voeden onbehoorlijk is, en sluiten vrouwen zich vaak nog op in de eerste aanmodderfase – die een paar maanden kan duren – ofwel stoppen ze wanneer het begint te lopen. Want na een paar maanden komt het commentaar: doe je dat nu nog?

Ik deed een oproep aan politici. Een wet die borstvoeding of kolven toelaat kost niets en geeft een krachtig signaal: dat een voedende moeder op haar dooie gemakje een koffie kan bestellen, ook als haar baby wurmt aan de borst.

Dat soort oproepen heeft niet altijd effect, maar een jaar later – beter laat dan nooit – komt er telefoon. Groen-parlementsleden Anne Dedry, oprichtster van de Bakermat, en Evita Willaert, voedende moeder, willen er wat aan doen. Dat treft: terrasjesweer komt er net aan. Het is ook van de gekke. Voeden was eeuwenlang vanzelfsprekend. Onze kerken hangen vol Maria’s met blote borst. Ettelijke historische documenten vermelden voedende moeders alsof het normaal is. Wat het ook was. Vandaag zit je nietsvermoedend de staatskas geld te besparen en braaf duizend voorlichtingscampagnes en medici te volgen, kijkt men je aan alsof je iets fouts doet. Als je op terras, in het ziekenhuis of de bibliotheek wordt gevraagd om ‘dat’ te stoppen, zoek je meestal geen ruzie. Dan ga je maar op dat vieze toilet voeden, al zou je er niet van dromen er zelf te eten. Of je blijft thuis. Of stopt.

Vreemde boodschap geven we hier: voed je baby, maar wel in de beslotenheid waar je hoort als moeder? Of onder zo’n cover die zowat elke baby boos en zweterig maakt en je als moeder blind laat aanmodderen. Zitten we opeens in een andere eeuw?

Natuurlijk verbergt dit een dieper pijnpunt. Een geslaagde, prettige, en ietwat ontspannen borstvoedingsperiode hangt van meer af dan dit. Voldoende ouderschapsverlof voor beide partners of voor een mantelzorger naar keuze, behoorlijke ondersteuning – dat mankeert. Maar nu meteen kan dit soort wet zonder repercussie een krachtig statement maken: borstvoeding mag, overal. Net op tijd voor terrasjesweer. U eet toch ook niet op het toilet?