Dit artikel verscheen op 10 mei 2017 in De Morgen.

Celia Ledoux: columniste en auteur van Mama en Slaap je al door? Anne Dedry: Kamerlid voor Groen en oprichtster Expertisecentrum Kraamzorg en Kenniscentrum Borstvoeding De Bakermat in Leuven. Evita Willaert: Kamerlid voor Groen en OCMW-raadslid in Gent, heeft zelf haar zoontje twintig maanden borstvoeding gegeven, ook in het openbaar.

Een gek idee eigenlijk. Op Instagram of op een terras: borstvoeding geven of kolven in de publieke ruimte is het recht van elke vrouw. In België is borstvoeding geven ook niet verboden. Maar dat idee is alleen indirect in de wetgeving verankerd, via het recht om je kind te verzorgen. Een expliciete wet zou een vrouw die wordt aangesproken, weggestuurd of gevraagd ‘dat’ niet te doen (zoals nu helaas geregeld gebeurt) de kans geven op haar recht te wijzen. Discriminatie tegen vrouwen omdat ze borstvoeding geven, zou volgens het Europees Hof van Justitie neerkomen op discriminatie tegen de vrouw, aangezien borstvoeding in het openbaar wordt gezien als normaal gedrag van een vrouw die voor haar kind zorgt. Maar veel vrouwen voelen zich er in België niet bij op hun gemak. Met reden. Ze krijgen niet zelden scheve blikken, onaangename opmerkingen of het verzoek een plek te verlaten. Dan hebben we het nog niet over kolven.

Er zijn de kleinere incidenten, en soms loopt het uit de hand. Op 1 augustus 2016 werd een vrouw in Argentinië opgepakt omdat ze publiek voedde. We kaartten toen het probleem aan in een artikel. Op 14 april deden we dat weer, en alsof de duivel ermee gemoeid was werd amper dagen later een voedende vrouw in Parijs een politiekantoor uitgezet op straffe van arrestatie. Ook in België werd een vrouw jaren geleden door agenten uit een Aalsters ziekenhuis verwijderd omdat ze er haar baby voedde terwijl ze wachtte op zorg. Nu is het Week van de Kraamzorg. Hét moment voor een oproep tot wettelijke verankering.

Andere landen deden ons dat al voor. In de VS garandeert een federale wet het recht op borstvoeding en kun je in sommige staten zelfs iemand aangeven die tegen dit recht ingaat. In Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk wordt het expliciet vermeld in de wetgeving, in het VK zelfs in de Equality Act.

Er is ook een praktische reden om borstvoeding in de wet te verankeren. Op Europees niveau hinkt België achterop. 77 procent van de baby’s krijgt bij de geboorte borstvoeding. Dat mag hoog lijken, tot je vergelijkt (Nederland: 83 procent, Denemarken: 98 procent, Noorwegen: 99 procent). Bovendien zakt ons cijfer dramatisch snel: na drie maanden tot 32 procent, na zes maanden tot 8,7 procent.

Daar staat financieel iets tegenover. Elk kind onder één jaar dat het niet krijgt, kost het gezondheidssysteem jaarlijks 247 tot 355 euro meer. Mochten 10 procent meer kinderen borstvoeding krijgen, dan besparen we in België jaarlijks gemiddeld 3.136.900 tot 4.508.500 euro aan pediatrische gezondheidszorg. Maakt dat strikt genomen uit? Nee. Elke moeder hoort te kunnen kiezen hoe ze haar kindje voedt. Dát maakt deze wet nodig: de absoluut vrije keuze om je kindje te voeden.

Wat is er concreet nodig? Aan de ene kant een uitbreiding van de Genderwet, maar die covert niet de domeinen van de publieke sfeer. Het is een symbolische daad, want er hangen geen sancties aan vast. Een tweede initiatief moet dus borstvoeding in het openbaar wettelijk verankeren.

Daarom roepen we de parlementsleden van de meerderheid op om samen een wetsvoorstel in te dienen dat ‘openbaar voeden’ expliciet verankert in onze wetgeving. Keuzevrijheid en zorg voor je kind: dat staan we immers allemaal voor. Misschien krijgt zo’n foto van Véronique binnen een paar jaar dan massa’s likes, maar geen uitroeptekens of artikels meer. Omdat we het doodnormaal vinden.