Dit artikel verscheen in De Standaard van 31 juli 2017.

Vrouwen die hun kind de borst geven in publieke ruimtes verdienen meer ondersteuning. Groen wil ze beschermen tegen discriminatie. Vrouwen die hun kind de borst geven in publieke ruimtes verdienen meer ondersteuning. Groen wil ze beschermen tegen discriminatie.

Een buschauffeur die een voedende vrouw vraagt om uit te stappen, omdat de blote borst andere busreizigers stoort. Een restauranthouder die alle klanten te vriend wil houden en dus aan een jonge moeder die borstvoeding geeft, voorstelt om die activiteit in de toiletruimte voort te zetten. Het zijn hedendaagse voorbeelden uit Vlaanderen.

‘Zelfs in bibliotheken krijgen vrouwen soms te horen dat het andere mensen stoort als ze hun baby daar de borst geven’, zegt Kamerlid Anne Dedry (Groen). Samen met Evita Willaert, ook Kamerlid voor Groen, dient ze een wetsvoorstel in dat komaf wil maken met discriminatie op basis van borstvoeding. ‘Het is niet verboden om je kind in het openbaar te voeden. Toch voelen veel vrouwen zich niet op hun gemak. Ze krijgen scheve blikken, onaangename opmerkingen of het verzoek om het pand te verlaten.

Borstvoeding toevoegen aan genderwet

Daarom stellen we voor om borstvoeding geven als beschermend criterium toe te voegen aan de genderwet’, zegt Dedry. Die wet bepaalt dat vrouwen en ook mannen niet gediscrimineerd mogen worden op basis van hun geslacht en gender. Voor vrouwen strekt dit zich nu al uit tot alles wat met zwangerschap en bevalling te maken heeft. Op grond daarvan kunnen ze niet ontslagen of uitgesloten worden. Als de borst geven wordt toegevoegd aan de genderwet, kan vrouwen op basis daarvan niet meer gevraagd worden om aan de volgende bushalte uit te stappen of de beslotenheid van een klein lokaaltje op te zoeken. Ook niet als een andere restaurantbezoeker of busgebruiker zich aan de ontblote borst stoort en daarover zijn beklag maakt.

‘We komen hiermee niet alleen tegemoet aan de verzuchtingen van veel vrouwen’ zegt Dedry. ‘Ook het Europees Hof van Justitie zegt dat borstvoeding geven in het openbaar normaal gedrag is van een vrouw die voor haar kind zorgt, en dat zo’n vrouw dus niet gediscrimineerd mag worden. Een expertenrapport van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen zegt hetzelfde.’ België is een slechte leerling in de Europese klas: slechts 65 procent van de kinderen in ons land krijgt op zijn zesde levensdag nog borstvoeding. Na drie maanden zakt dit tot de helft terug, op de leeftijd van zes maanden blijft slechts 8,7 procent over. In de meeste andere landen liggen die cijfers veel hoger. In Denemarken en Noorwegen start nagenoeg íéder kind met borstvoeding.

Vrije keuze

‘Borstvoeding geven zou best wel wat meer gepromoot mogen worden’, vindt Dedry. ‘Het moet een vrije keuze blijven. Maar als vrouwen voor borstvoeding kiezen, moet het gerespecteerd, ondersteund en aangemoedigd worden. Dat willen we met dit voorstel bereiken.’ Er loopt al langer een sticker-campagne ter promotie van borstvoeding: horecazaken, bibliotheken en andere dienstverleners kunnen met zo’n sticker aangeven dat borstvoedende vrouwen er welkom zijn.

‘Zulke stickers zijn niet echt nodig, want het mag overal. Maar wij hebben ze toch ook uithangen in alle secretariaten van Familiezorg West-Vlaanderen’, zegt Mireille Picard van het expertisecentrum kraamzorg De Wieg in Brugge. ‘Sommige vrouwen die er nog maar net mee gestart zijn, of die wat onzeker zijn over borstvoeding in het openbaar, zijn blij met zo’n verwelkoming. Maar natuurlijk moet het overal kunnen.’

Schroom

‘In onze provincie is borstvoeding geven iets minder populair dan elders, maar we merken veel interesse bij zwangere vrouwen. Ze voelen vaak wat schroom ten aanzien van voeden in het openbaar’, zegt Mireille Picard. ‘Wij helpen hen die drempel over. We zeggen het in al onze infosessies: als je voor borstvoeding kiest, ga er dan helemaal voor. Je hoeft jezelf niet op te sluiten thuis en je hoeft ook niet over te schakelen op een flesje in het openbaar. Je kind de borst geven is iets wat heel logisch en heel normaal is. En het moet nu ook logisch en normaal worden in het openbaar.’